Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 61

voor 't Beftand. Delft en Amjterdam, die 'er allerfterkst tegen geijverd hadden , begonnen te wankelen, en fcheenen, eerlang, te zullen toevallen (*).

Zeeland alleen bleef bij eene volftrekte weigering volharden , drong behendig aan op de éénftemmigheid, in de Utrechtfche Verèèniging gevorderd , en dat, in gevalle van gefchil , zulks aan de uitfpraak der Stadhouderen zou verbleeven worden. In deezervoege bleef de beflisfing, ten opzigte van 't Beitand, in handen van Scheidslieden, die belang hadden bij den Oorlog, en de Stadhouders zouden dus Regters in hunne eigene zaak weezen. De Voorftanders van het Beftand vroegen niet "meer , of men 't zelve zou aangaan, maar of Zeeland alleen alle andere Gewesten de wet zou ftellen ? Het gefchil liep langs hoe hooger. De Zeeuwen dreigden , zich van de andere Landfchappen te zullen afzonderen : en deeze fpraaken van, zonder de Zeeuwen , een Beftand te maaken (t).

Jeannin, detze hoogloopende gisting der gemoederen befpeurende, nam dit tijdftip waar , om nog eene fteiker pooging , dan de voorgaande aantewenden, en begaf zich , vergezeld van den Engelfchen Graave, ter Algemeene Staatsvergaderinge. Hij ving aan met, op eene treffende wijze , te ver-

too«

(*) Negotiat. de Jeannin , Tom. III. p. 6u 61. 93.

IOT. 102. I05.

(t) Zie aldaar , p. toi 105, en Grot. Hifi. p.

548. 549-

Maurits.

Hevig gefchil met Zeeland.

Dringend Vertoog van Jeannin tegen de Zeeuwen , ea voor 't Beftand*

Sluiten