Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

So GESCHIEDENIS

als 'er gefchillen tusfchen de Gewesten of tusfchen de Steden van elk Gewest reezen ; geen vastbepaald middel was 'er, om deeze volftrekt en met gezag te beflisfen. Jeannin kon niet na'aaten, een zo doordraaiend gebrek optemerken. Hij werd daar op te raade , het Artijkel der Utrechtfche Verééniging , volgens 't welke de gefchillen tusfchen de Gewesten, over zaaken van Beftand, Vrede, Oorlog en Belasting, bij voorraad, verbleeven gelaaten waren aan de toenmaalige Stadhouders , aantevallen , het gezag van Maurits te vergrooten, cn hem dus te nauwer aan Frankrijk te verbinden. Gemelde Afgezant wendde allen ijver aan, om den Prins fchadeloos te Bellen wegens alle verliezen, die hij bij het Beftand leedt: 't geen hem ook gelukte, en waar voor Maurits zijnen dank betuigde (*). Dan hier mede was des Stadhouders gezag niet vermeerderd. De Prins verklaarde, dat de Vijand hem een millioen Gouds en verfcheide Heerlijkheden in Duhschland toegezegd hadt, indien hij zich derwaards begeeven wilde; ja, dat de Aardshertogen hem gruoter gezag in den Veréénigden Staat, dan hij ooit bekleedde , en zelfs niet donkerlijk de Opperheerfchappij hadden aangebooden , wanneer hij zich met hun wilde veréénigen (+)• Deeze bekendgemaakte aanbiedingen, hoe weinig verdiensten het weigeren daar van ook

in-

(*) Refol. van Holl. 1609. bl. 86. Ncgot. de Jeann. Tom. IV. p. 15-18.19- 38.58 59- 7§(f) Negot. de Jeann„ Tom. I. p. 185.

Maurits.

Sluiten