Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 87

om onder het oude juk te bukken. Onderrusfchen fcheen hij te wanhoopen aan het weeren van dit mis* verhand : „ Want de Prins ," fchreef hij , „ is „ ftijfzinnig, hij kan het misnoegen, van niet geze» „ gepraald te iiebben, noch overwinnen, noch be„ dekken: hij is niet Volksbehagend genoeg. Ol„ denbarmeveld betoont uit den aart geen ontzags 3, genoeg; naar zijn ftaat is hij te hoog verheven; a, hij vreest, dat Maurits zich za!willenwreeken, „ en hij zoekt den aanwas van een gezag, 't geen „ hem zou kunnen verderven, te verhinderen (*)"

j un'Nin , altoos zich vasthoudende aan het Ontwerp , door hem omhelsd , om de inwendige verdeeldheden , die het Staatsgebouw des Gemeenebests dreigdentefloopen, wegteneinen, zogt,eerhij deezeLanaen verliet , de gefchillen over de betaahng van het aandeel, 'twelk ieder,der Gewesten in de gemeene lasten te draagen hadt , bijteleggen. Zints| den aanvang des Oorlogs, was men hier over onééns geweest. Holland, en bovenal Zeeland, klaagde, veel te hoog te ftaan. Gelderland en Overijsfel, in den Oorlog zeer geleden hebbende , kon, den niet zwaar belast worden. In den jaare MDCVUI, was 'er eene verdeeling gemaakt, waar in Gelderland vier en een half ten honderd droeg; Holland vi fènvijftig en een half; Zeeland dertien en een half; Utrecht vijf en drie vierde; Friesland elf en een half; Overijsfel twee en drie vierde;

(*") Lettr. de Jbanhin depuis Mat jvfqttau 9 F4

Maurits.

Gefchillen over het aandeel van elk oewest in de algemeeneLasten.

Sluiten