Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bïr NEDERLANDEN. 93

ongelukkig omzwervende Prins, toen met het Prinsdom van Oranje bekleed, onthieldt zich te Breda, eene der Heerlijkheden, hem toegedeeld, in het onlang* gemaa';te Verdrag van de verdeeling der Naalaateufcbap van wijlen Prins Willem den I. Het Plan van Maurits was, fchrijft Jeannin, zich aan de Hervormde L,eeraaren te verbinden , om hunne gunst te bekomen , en hun vertrouwen te winnen, om partij te maaken. Deeze Afgezant toonde den Prins de onregtmaatigheid, en, bovenal,het gevaar van zulk eene handelinge (*). Hij ging verder: hij leverde ter Algemeene Staatsvergadering een Verdrag in, ten voordeele der Roomschgezinden. 't Zelve is een meefterftuk, het ademt den zagten geest van Verdiaagzaamheid : wij moeten 'er eenige trekken uit ontkenen. „ De Koning," fprak hij, }i hadt ,, het niet raadzaam geoordeeld , zich openlijk voor „ de Cathoiijken te verklaaren, voor de tekening des „ Beftands, vreezende, door nieuwe zwaarigheden , „eene Onderhandeling, reeds moeilijk genoeg, „ nog moeilijker te maaken: hij hadt het tijdftip af„ gewagt, dat de Staaten vrij en onbelemmerd over dit ftuk konden handelen, ten einde hij niet mogt „ fchijnen hunne overleggingen te beftuureu. De ,, ijver tot zijn eigen Godsdienst," voegde'erJeannin bij , „ is de eenige drijfveer niet , welke den „ Koning van Frankrijk aanzet , om ten voordeele „ der Roomschgezinden in de Nederlanden te fpree-

„ ken,

(*) Nigttiat. de Jeann, Tom. IV. p. 217.

Maurws.

Sluiten