Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 105

kater, een Oorlogfcbip (*). De Keizer van

Japan, die niets van het treffen des Beftands wist, kon niet nalaaten zijne hoogagtiug te betoonen voor een Volk, zo beroemd in Afie geworden, en floot ,'ten zelfden tijde, met hun een Verbond. Het toeval, 't welk hun den ingang verleende in dat Rijk , is zeer zonderling. Wij hebben reeds verhaald (f), hoe één der Schepen, indenjaare.VlDXCV'lf[,nade Indien gezonden, op de Kust van Japan fchipbreuk leedr. HetScbeeprvolk hadt in eene lange gevangenis gekwijnd, en niet weder in zee kunnen fteeken, wanneer de Vloot van Maatelief des onderligt werd door drie Japanfche Oorlogfchepen, inde zee.'van China. Het fchijnt , dat, naa deeze onderrigting, en de kundfchap, welke men ontving van de goede gefteltenis der Japanners, de Admiraal Verhoeven , i 1 den jaare MDC1X, den Capitein van den Bboeu last gaf, om van Patana na Japan te zeilen. De Keizer ontving hem zeer beleefd : en , het niet genoeg oordeelende, een Verdrag van Koophandel met de Hollanderen te fluiten, ftondt hij hun daarenboven toe , Voorraadverzamelplaatzen in alle Landen, hem onderhoorig, te bouwen. Bij het affcheids - gehoor helde hij hun een Brief in handen, aan Prins Maluuts , dien hij den Koning van Holland noemt.

Deeze

(*) Refol. Holl. 1609. hl. 45- Groot Plakaatb II. D. kol. 2261. Meteren, XXXII. B. f. 618. Baidart. Memor. VIII. B. fol. 64:

(O Zie 't iV. Deel van dit Tafereel.

G 5

Maurits*

Sluiten