Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN. 107

een Plakaat uit, bij 't welke zij den ban en verbeurtverklaaring van Goederen vastheiden tegen alle Onderdaanen, die in vreemden dienst traden (*).

Zints lang hadden de Staaten reeds begeerd, een -Verbond met het Hof van Conftantinopok te fluiten, daar zij, tot doezen tijd toe , alleen onder vreemde Vlas gen , den Levantfchen Handel dreeven. Eene dergelijke Onderhandeling was te moeilijker , dewijl dit Hof de algemeene beginzels der Staatkunde niet volgde, en de [nwoonders der Verèènigde Gewesten als Wederfpannelingen aanzag. Men verhaalt zelfs, dat dén der Turkfche Keizerenvan dien tijd de grootte begeerde te weeten van ken' Staat, die zo lang den Oorlog voerde tegen het magtig Spanje. Deeze hem op eene Kaart getoond zijnde, ftondt hij geheel'verfteld, en fprak: Indien het mijne zaak was, ik zou 'er geen Legers na toe zenden, maar Delvers , «m dat klein hoekje Lands in zee te werpen (f). D< Buitenlandfche Gezanten zogten .deeze vooroordeelen niet te verdrijven. De Engelfche Refldent kor niet langer, ter oorzaake van het Beftand, waarvan het Franfche Hof een Affchrift aan de Porte ge zonden hadt , voorwenden , dat de Verèènigde Ge westen een gedeelte van het Groot - Brittannifche Rijl uitmaakten (§) ,. maar nam de toevlugt tot een ande middel, hem, door naijver, ten opzigte vandenHan

del

(*) Groot Plakaatb. I. D. kol. 549. Ct) Bayle, Art. Louis XI. i (§) Lettr. de Jeannin 9. Juin , Tom. IV, p. 150.

Maurits.

Verbond] tusfchen den Grooten Heer en de Staaten.

t

Sluiten