Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 115

de misdrijven gerekend worden , niet tot lof van Hendrik den IV. fpreeken. Dit moet gefchieden in de bijéénkomften des Volks, 't welk hij rust en geluk verfchafte; in de Gerig shoven, die hij hunne Regten wedergaf; en op het Land, 'tgeen door zijne zorge als herleefde. Ordanks eenige trekken van veinzerij, door de omltandigheden als noodzaaklijk, en eenige buitenfpoorige moedbe.ooningen,uitwerkzels van 't heet en kooieend Woed, 't geen hem door de aderen fpeelde, ontdekt men in dien Vorst opregrheid, goedertierenheid en krijgsbekwaamheden, die zijne gedagtenis altoos in zegening zullen doen bliiven. Met één woord , hij was een beminnelijk Man, met eenige gebreken , en een volmaakt Koning: hij betaalde tol aan de menfchelijke zwakheden; doch de trek tot vermaak deedt hem nimmer het heil zijns Volks uit het oog verliezen : dit was het hoofdvoorwerp zijner zorgen: hij kende de waardij van Sully, en het firekt hem tot eeuwige eer, dat hij deezen Staatsdienaar en Vriend niet van zich verwijderde , wanneer de fchoone Henriette d'Entraoües , door haare weigeringen , de liefde van Hefdrik dermaate wist te doen ontbranden, dat zij van hem eene Huwelijksbelofte verwierf, en de Koning deeze, geheel vervaardigd en getekend, Sully vertoonde: waarop hij, vol verontwaardiging, dezelve aan hukken fcheurde. Ik geloof, riep de Koning, grootelijks vertoornd, uit, dat gij gek zit. De Staatsdienaar antwoordde : *t Is waar, ik ben gek, en ik wenschte , dat ik de èènigftt, ten opzigte van dit

Maurit:.

Sluiten