Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• der. NEDERLAND EN. iïi

dige afvordering konden zij niet wederffaan. Zij keerden, beroofd , na 't Vaderland te rugge , en konden, hoe zeer men in Engeland op fehaavergoeding drong, dezelve niet bekomen (*).

Een ftaattijk Gezantfchap werd, in den jaare MDCXIII, derwaards gezonden , gelast, om de klagten over dit betwisten der Visfcherijen in de Noordfche Zeeën aantebinden, en verandering te wege te brengen in het gedrag der Engeifchen , in de OostIndien. Deeze zich alles aanmaatigende Eilanders wilden vrijen handel drijven in de Havens van dat gedeelte van Afie, waar de Staaten bij de Indiaanen eenen uitfltiitenden handel bedongen hadden : zij weigerden iets toetebrengen tot de noodige kosten, om de aanvallen der Spanjaarden en Portugeezen afteweeren. De beroemde Hugo de Groot , één deezer Gezanten, bragt zeer veel loc, om dit laatlte verfchil, ten voordeele van zijn Vaderland, te doen beflisfen (f). Maar, wat de fchadeloosftelling der beroofde Groenlandsvaarderen betrof, deeze bleef achter, en hielden zich de Engeifchen aan den regel, dat de fterkfte meefter ter zee is, en dat men, in die gevallen , nooit neemt, om wedertegeeven. Dit weigeren van regt deedt de Staaten befluiten. der Noordfche Maatfchappije, tot de Walvischvangst

op-

O Baudart. Mem. V. B. bi. 43. Richesfe de la Holl. I, D. p. 49. Mercure de France An. 1613. p. 180.

(f) Burgny fie de Grotius, p. 22. Brandt , Leeven van de Groot, p. 45.

H 5

Maurits.

Sluiten