Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122

GESCHIEDENIS

Maurits.

Vervolg «ter onlustenover de

Kleeffche en Gulikfche Op* volging.

opgerigt, te beveelen, geene Schepen derwaards te zenden, dan voorzien van Gefchut en Krijgsbehoeften (*). Deeze voorzorge kwam re (lade; want de Engeifchen tastten, in den jaareMDCXVII, A&NederlandfcheWalvischvangers aan: doch, te zwak vallende , werden zij overmand, en bragten de Hollanders een Engelch Schip herwaards, 't welk de Staaten terdond vrij gaven (f).

Zij ontzagen Koning Jacobus, die hulpe beloofd hadt in de zaak van Kleef en Gulik. Maar deeze Vorst, bezig met tegen de Godgeleerden in Holland te fchrijven , trok zich dit gefchil weinig aan. De Prinfen van Brandenburg en Nieuwburg beheerschten de Erflanden ; maar , dewijl Oppermogenheid geen medegenootfchap fchijnt te kunnen verdraagen , was de verflandhouding tusfchen de beide Prinfen niet van langen duur , en jalouzy fpeelde 'er haare rolle onder: ieder hunner zogt aanhang in de Ge westen, en magtige Befchermers buiten dezelven te krijgen. De Vrienden der beide Huizen traden met hunne bemiddeling tusfchen beiden, om eene ophanden zijnde breuke te voorkomen. Volgens hun begrip moest de Hertog van Nieuwburg , die de zwakfte, en, bij gevolg, ligts te winnen was, de Dogter des Keurvorsts ten huwelijk vraagen. De Keurvorst floeg deezen voorllag niet af, en zouden de twee Mededingers verzoend hebben , indien geen zonderling

voor-

(*) Groot Plakaatb. I. D, p. 673.' (f) Van den Sande, V. B. bl. 72.

Sluiten