Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits,

13o GESCHIEDENIS

Christus zijnen Dienaaren gegeeven hadt. Te regt betoonde zich de Wetbouderfchap ontrust over een voorwcndzel, ftrekkende om den Priesterlijken dwang op nieuw in te voeren, door de Kerklijke en Wereldlijke Magt vanéén te fcheiden , en in den Staat een nieuwen Staat opterigten. Zij koos de Partij der in hunnen dienst gefcborte Leeraaren , die , zwak en vervolgd , met vuurigen ernst bet gezag hunner Befchermeren erkenden. Dan, de Staaten van Holland en de Regeering van Alkmaar mogten de afgezette Leeraars ten rugfteun (trekken, en het Vonnis hunner Tegenflanderen voor van geener waarde verklaaren, zij weigerden zich te onderwerpen : rekening maakende op eene veelvermogende onderfteuning , hielden zij de zaak fleepende tot den tijd van het vernieuwen der Wethouderfchap. Maurits koos geene andere Leden tot de Regeering, dan die hunne zaak waren toegedaan. Deeze zijdige keuze verwekte groot gemor bij de tegenpartij : welke beweerde, dat men de Wet overtreeden hadt, door verfcheide Perfoonen, elkander na in den bloede beftaande, of onbevoegde Vreemdelingen , in de Regeering te brengen. De Burgerhoplieden bezetten het Stadhuis , eenigen vervoegden zich na den Haag. Prins Maurits benoemde vier Gemagtigden , om deeze zaak aftedoen. Verzoenen was onmogelijk: weshalven zij, uit last der Staaten, alle Wethouders -en Vroedfchappeu van hunnen dienst ontfloegen, én eene nieuwe Vroedfchap aanhelden, die eene benoeming deedt van een dubbel getal , waar uit de

Ge-

Sluiten