Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. io>

deezen Briefden Staaten overhandigende, deedt zijn best, om aame'.oonen , hoe noodzaaklijk het was, Vorstius uittefluiten van een post, vanhetbekleeden eener plaatze, waar de zuiverheid zijns Geloofs zelfs niet verdagt behoorde te weezen. Deeze verregaande ijver, die hooge en dreigende toon verbaasde de Staaten niet weinig (*).

Om een Vorst, dien fcij meenden te moeten ontzien , genoegen te geeven, beloofden zij, den nieuw verkooren Hoogleeraar dip waardigheid te zullen ontneemen , indien hij zich niet kon zuiveren van de dwaalingen , hem ten laste gelegd. Dit antwoord voldeedt den onthook?n Vorst niet. Hij dagt , dat de Staaten allen ten oogmerk hadden , hem zijnen eiseh te ontzeggen , en fchrecf hun vuur en vlam braakende Brieven; fcheldende Vorstius voor een Aards kei'ter, een Pest, een Sociniaan , en een Atheïst ; en oordeelde het zijn pügt, de Staaten te waarfchuwen, dat zij zich niet lieten bedriegen door uit idugten en dubbelzinnigheden diens Godslasteraars: „ Verhardt," was zijn woord, „ uwe harten tegen „ het verkeerde medelijden , 't welk u zou bewee„ gen , om hem niet te verbranden : geen Ketter „ heeft ooit zulks meer verdiend (f)." Deeze Koning fpaarde de andere Remonftranten in geenen deele , en noemde hun SeStarisfen en Ketters, welker

Ket-

(♦) Regenb. Hifi. der Remonftr\ I. D. bl. 99 enz. (f) Zie aldatr, bl. 100 enz. Lettr. de Roi Jacques, Mercure Franee, II. p. 46a. 47°'

L4

Maurits.

Sluiten