Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i63 GESCHIEDENIS

Maurits,

Ketterij men , bij tijds , moest uitrooijen. Arminius was bij hem een Vijand van God, en de eerfte, die Leyden, in deeze Eeuw , met de pest van Ketterij befmet hadt. Petrus Bertius , die een Boek van den Afval der Heiligen hadt gefchreeven , verdiende, volgens 't oordeel deezes Monarchs , om dien tijtel alleen, de draffe des vuurs. Eindelijk verklaarde die Vorst, dewijl God ons vereerd heeft met den tijtel van Befchermer dés Geloof , (hier tastte hij zeer mis ; 't was Paus Leo de X, die deezen tijtel aan Hendrik, oen VUL fchonk , om dat hij tegen Luthee gefchreeven hadt.) zullen wij, blijft men Vorstius onderhennen, verpligt zijn, ons aftezonderen van eene Kerk, zo valsch , zo kettersch, en te raaiipleegen met andere Kerken over de middelen , om de nieuwlings uitgebroedde vervloekte Ketterijen ten afgrond te doemen , en onzen Onderdaanen te verbieden , zich te onthouden van eene Plaats, dermaate befmet a's de Leydfche Hoogefchool. In deezcr voege dagt toen een Monarch, die weleer in twijfel hing , om het Roomsch Geloof te omhelzen, en, ten laatften, de Arminiaanfche Gevoelens , welken hij met zo veel drifts doemde, aannam. Ondertusfchen liet hij alle de Werken van Vorstius, welken hij kon bekomen , door Beuls handen verbranden , en eene Verklaaring drukken, waarin hij zijnen ijver verdeedigde , en heftig uitvoer tegen de Staaten, door hem van eene hoogstftrafbaare onverfchilligheid befchuldigd. Zij vreesden het misnoegen van een Vorst, wiens vriendfchap zij oordeelden

Sluiten