Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oer NEDERLANDEN. 175

inenwedoopen, op den hals gevangen zat , werd door Maurits in deezervoege aangebroken : Wel* Predikant, zij gij mede van die Arminiaanen , die gehoven , dat het eene Kind ter zaligheid, en het ander ter verdoemenis is gebooren ? Waarop Huttenus , ten hoogden over zodanig eene vraage verwonderd, antwoordde: Uwe Excellentie zal gelieven te weeten, dat dit niet fs het gevoelen der genen, die men met den haatlijken naam van Armhnaanen benoemt ; doch het gevoelen hunner Tegenpartij. Waarop de; Prins weder : Wel, Predikant, meent gij, dat ik niet heter weet? En, zich omkeerende na Graaf Willem Looewijk , Stadhouder van Friesland, vroeg Maurits : Wie heeft 'er gelijk, Fedder, de Predikant, of ik ? Graaf Willem verklaarde: Neen,Fcdder, gij hebt ongelijk (*)• 't Is van aangelegenheid, zulk flag van trekken bijtebrengen, die, wanneer ze egt zijn , en alles loopt zaaien', om ons dit te verzekeren, onbetwistbaar toonen' dat het belang van den Godsdienet weinig deels hadt in den ijver der genen, die de voornaamfte rol in deeze Burger • tweedragt fpeelden.

De Gomaristen waren niet alleen de talrijklten : de zonderlinge Kerklijke Regeeringsvorm gaf hun daar enbovenhope, om, allengskers, hunne Tegendan ders den voet op den nek te zetten. Deeze Kerklij ke Regeeringsvorm beftaat, gelijk bekendis , ui Kerkenraaden, Clasfen en Synoden. DiKerkenraac

i

(•) Brandt Regtspleeging vanBarneveld enz. bl. 17S

MAURrrs,

f

Sluiten