Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

192 GESCHIEDENIS

Maurits •

mede gemaakt. Eenige Regenten , dit te gemott ziende, hadden, kortte vooren , veele Landen en Erven, even buiten de Stad gelegen, opgekogt, en weigerden dezelven aftellaan op de fchattirjg van die van den Geregte, tot Stads gebruik, waartoe men andere gemeene Burgers verpligtte. Hooft en eenige andere Wethouders oordeelden, dat deeze Regenten zulks behoorden te doen, zonder merklijke winst te vorderen; doch zij oordeelden zich hier toe niet verpligt, en weigerden zelfs ze afteflaan tegen de winst van vijftien Guldens op elke Roede. Hier op liet Hooft, in den vollen Raad, zich mdeezervoege hooren: „ Dat de Regenten der Stad , kans „ ziende, om, voor zichzelven, merkelijk voordeel „ te trekken uit het beleid der Stads zaaken, over„ leggen moeiten, of zulks tot dienst of tot ondienst „ vau de Stad en de Gemeente hrekken zou. Dat „ het bijzonder belang wijken moest voor 't gemeen. „ Dat de Raaden de Stad fchuldig waren te bezor„ gen, dat de Stad, of Gemeente, die bij Weeskin. „ deren vergeleeken werd, en ,op aarde, geenande„ deren voorhand hadt dan den Raad, geen onge,, lijk, noch door hun zeiven, noch door anderen

„ wierd aangedaan. De Regenten," voer hij

voort, „ honden op een hoog tooneel, van waar „ huune handelingen, van groot en klein, aan„ fchouwd en geoordeeld konden worden. Al 't „ verhand der Gemeente werd niet behoten binnen „ de Kamers der Regeeringe. In de Stad waren vee„ le Verhandigen, die ook uit hunne oogen zagen.

„ Waar-

Sluiten