Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40<5

GESCHIEDENIS

Maurits.

Carlet fois liornt ai- En-

gehch

in deeze Gewesten.

„ fter te fpeelen , daar Engeland de onvoorzigtig,, heid heeft, om zo veel voordeels afreftaan (*)." Deeze taal, vernederend voor den Koning van GrootBrittaife, was de taal niet van Staatsdienaaren, kundig in Staatsgeheimen : deezen wisten , dat üldeni3arnevrld geene neiging tot Frankrijk hadt, dan in zo verre het ten vasten fteün en behoedmiddel van Neêrlands Staat ftrekte. Het meerendeel d r Engeifchen keurde 's Konings gedaanen hap ten hoo,f:en af. Jacobus kon niet nalaaten te ontdekken , met welk een ongunstig oog dit zijn gedrag befchouwd werd. Men wil ook, dat de fmert, van d :or de Hollanders verkloekt te zijn , het eerfte beginzel-was van den doodlijken haat, dien hij tegen Üldunbarnevkld, den hoofdbewerkervan dit huk, opvatte (f) ; doch hier kwam , tot vermeerde: ing van dien haat, bij 's Advokaats genegenheid voor Frankrijk en voor de Pari ij der Arminiaanen (§).

De uitwerkzels van dien haat vertoonden zich, welhaast, bij dé aankomst des Ridders Carleton, die de plaats van Winwood kwam bekleeden. Deeze nieuwe Staatsdienaar vsn het Engelfche Hof hadt een zeer gewutige en loflijke rolle in de onlusten van 't Gemeenebest kunnen fpeelen, indien hij zich niet gemengd hadt in de Godgeleerde gefchillen, dan alleen om de vooroordeelen van den Koning, zijn

Mee-

(*) T. Birch Negotiat. fi iin 1592 1617. p. 3pcï.j

(\\) Aubüry Mem. p. 319.

(§j Carleton op veele plaatzen. Cabale, I.p.rSo.

Sluiten