Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

as4

GESCHIEDENIS

Maurit?.

„ verdraagen. Mogten wij openlijk pred'ken , wf?

zouden onze Tegenilnnders welhaast te onder,, b'. tmen." Op dit zeggen kon de Prins zich niet wederboudeu, en berstte uit : Hoe ! wij zouden in Schuinen gaan, om den Godsdienst te oefenen , de Kei ken hehooren ons, wij zullen ze hebben (*).

I!et verdioit de Gmtra - Remonftranten , alle Zondagen ra Rijs ri.k te g-an, en zij verzogten eene Kerk in den Haag. De Straten verwierpen deezen voorflag, dewijl zij geene bi;z n.iere Kerk noodig hadden , daar 'er twee Leeraaren van dien Aaflh&pg zich in den Haage bevonden. Maurits beloofde hun zijne befcjienning , en verooriof ie hun , ten huize van een zijnes Hufgezins , te pieeken. De Raad vorderde, dat deeze Yveraars van hui ne eifchen zouden afzien. Zij beantwoordden zulks niet heftig tegen de Arminiaanen uittevaaren. Men verzogt den Prins om bijftand: hij antwoordde, dat de Soldaat., n gefchikt waren , om den Vijand afteweeren , en niet om tegen de Burgers gebruikt te worden. Doch, wanneer het aankwam opliet flijven van de andere Partij, hadt de Prins zich laaten ontvallen: Dit gefchil zal niet, dan door de wape« „ nen, worden bellisf" En, als hij Oldenbarneveld, de Groot, en andere lleeren, in de Vergadering der Staaten, voor de Verdraagzaamheid breed* voeng hadt hooreu fpreeken, zou hij , met de hand op zijn rapier ilaande , gezegd hebben: ,, Het is

s, met

(*) Trigland Hijt. bl. 907.

Sluiten