Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 227

de Roomsckgezinden, toen nog in veel grooter getale dan tegenwoordig, te doen opweeg m. Carleton kantte zich hier tegen aan: de haat van 't Engelfche Hof tegen Oldenbarneveld bezielde ook den Afgezant : een haat, gröotlijks vermeerderd door het ontdekken van verfcheide Brieven der twee Franfche Afgezanten, die zich toen in den Haage bevonden. Zij waren, tiièt verre van Parijs, onderfchept door de Misnoegden , en overgezonden aan den Hertog de Bouillon en diens Vrienden in Holland. Veel bitters was 'er in tegen den Koning van Engeland, tegen diens Afgezant en Aarsens. De Priufes Weduwe, haar Zoon , en Oldenbarneveld werden 'er in befchreeven als geheel op de zijde van Frankrijk , en der Koningintie Regentesfe toegedaan. Na het bekomen deezer kundfchappe , en het neemen van maatregelen met Maurits, beflout men , dat Koning Jacobus eene geheel andere taal zou fpreeken, dan hij gevoerd hadt in zijne laathe Brieven , hrek* kende ten voordeele der Verdraagzaamen en der Arminiaanen. Carleton fchreef den Koning: en,om dien Godgeleerden Vorst te herker aantezetten, vierde hij bot aan zijnen heiligen ijver tegen de Regeering van Alkmaar, die Venator , den Schrijver van een Boek , 't welk beweerde , dat de Ongeloovigen, als zij Gods Geboden onderhielden , konden zalig worden , alleen ter Stad hadde uitgebannen. Koning Jacobus wekte, in eenen Brief, de Staaten op, den ouden Godsdienst te handhaaven, de nieuwe Ketterijen, de oorzaaken van zo veel jammers, P 2 uit-.

Maurits.

Sluiten