Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ma NEDERLANDEN. 243

alle reden, verdagt hieldt; hij]voerde den Leeraar te

gemoet : Wilt gij 'f Lands geregtigheid weggeeven? Ik niet (*) !

Koning Jacobus bragt niet weinig toe tot hetneemen deezer geweldige maatregelen. Hij kon Ol- ■ denbarneveld niet vergeeven, dat hij meer Franschdan Engelschgezind was, en in alle gefchillen, welken met het laatstgcmelde Rijk onthonden, de kunst , bezat, om de zaak zijns Vaderlands te doen zege- f praaien. Carleton zogt zichzelven diets te maaken , dat Oldenbarneveld weezenlijk fchuldig was, om des te geruster zijn rol te fpeelen in het huk , ten verderve van dien grooten Man beraamd. ,, Ol„ denbarneveld ," fchreef hij , onder anderen , „ blijft even verhard ; naar alle waarfchijnlijkheid, „ zal hij, binnen kort, bezwijken : hij heeft met „ een hegten haat van gezondheid te worhelen , ee„ ne zwakke Partij, en eene kwaadezaak(t)."-— De wijze , waar op de Staaten een Vertoog behandelden , 't geen Caeleton ter Algemeene Staatsvergaderingeoverleverde, hrekte geenzins,om den wrok diens onrustigen en drihigen Staatsdienaars van een Vorst, die niet uit eigen oogen zag, re doen bedaaren. In deeze Aanfpraak ging hij verre buiten het character eens Afgezants, daar hij hoonendebefchul-

di-

(*) Uitenbogaards Leeven, XIII. bl. 261. Brandt, II. D. bl. 640.

(f) Carlet. I. p. 242. 262. 292. II. p. 35, 36. 58. 62.63.67.104.

Qa

Maurits,

De EngelfcheAfgezant teemt ireel leels in Ie gebillen.

Sluiten