Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 247

de, omtrent dit onderwerp, eene Redenvoering gedaan te hebben in de Vergadering der Algemeene Staaten , verzogt hij, ook gehoord te worden in de Vergadering der Staaten van] Holland ; 't welk gefchiedde (*). Careeton , altoos afgaande op het vaisch beginzel , dat de Godsdienst een huk was, de Algemeene Staaten , en niet elk Gewest afzonderlijk, betreffende, hieldt dit bedrijf van du Maurier voor onvoegelijk. Zijns bedunkens, kwam het ook den Koning van Engeland alk-en toe , in Godsdienst - gefcnillen , met zijne lusfchenfpraak in 't midden te komen, dewijl bij een Proteftant en Verdeediger des Geloofs was , en een Roomsen-Catholijk Vorst geen Vriend van het Gemeenebest kon weezen. Du Maurier hadt verklaard , altoos de voeglijkheid, om zich buiten die gefchillen te houden , in agt genomen te hebben; doch tc verhaan gegeeven, dat men zich altoos moes: wagten voor hulpmiddelen , erger dau de kwaaie. Carleton kon dit zeggen niet verzwelgen, en zijn drift vervoerde hem dermaate, dat hij het aan den Koning van Engeland overfchreef , als eene zaak , hoonende voor zijne Majefleit en voor hem (f). De Ridder Lake bezat bedaardheids van geest en oordeels genoeg , om te zien , dat Maurits den mantel des Godsdiensts alleen gebruikte , om zijne heerschzug-

tige

(*) Brandt Reform. II. D. bl. 643.673. Refol.Holll, 1617. bl. 249. (t) Carleton, II. 138. 158.169.176.

Q4

Maurits.

Sluiten