Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IVTaurits.

260 GESCHIEDENIS

de Verkiezing te vergunnen. Maurits , door de zijnen verwittigd van deezen toeleg , draalde nier. Eer bet Volk tijd hadt , om met de Overheid eene geineene zaak te maaken, was hij, omtrent den tijd der verkieeinge, \& Nkuwf*egenï Door de Soldaaten der Bézettinge tegen gevieesd oproer gedekt, veranderde hij de Wethouderfchap en de Gemeensluiden. De Secretarisfen, de Roeidraagers, de Poortiers en Boden krcegenlast, geene andere Wethouders te erkennen, dan die door den Prins aangefteld waren. De afgezette Magiftraatsperfoonen honden verbaasd over deeze fchennis der Voorregten. Zij vervoegden zich na den Haage, tot de Algemeene Staaten, en deeden hun beklag bij de Staaten van Holland. De acht Steden waren de eenigen , die zich de zaak deezer onderdrukten aantrokken, en des den Staaten van Gelderland fchreeven. De Algemeene Staaten hoorden den Prins, in hunne Vergadering, tegen die van Nieuwmegen, en weezen deezen , daarop , na de Staaten van Gelderland, die zijner Doorlugtigheid, op den Landdag verfcheenen, in alles gelijk' gaven, en bedankten voor 't geen hij tot herhelling der eerfte en oude orde te Nieuwmegen gedaan hadt* Het gedrag van BiesmaN, Afgevaardigden der Stad ter Algemeene Staatsvergadering , van den Syndicus Biel en van Brienen, een Edelman van ouden Geflachte , drie aanzienlijke Burgers , die zich Vaderlandminnaars betoond en zich tegen het Synode verkjaard hadden, werd veroordeeld. Ook befloten de Staaten, hunnen Gemagtigden m dexi Haage te belas-

Sluiten