Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

Ontmoeting der

■wederzijdfcheAfgevaai digden.

t66 GESCHIEDENIS

haaven. Uit naam des Advokaats, gaf men hun in bedenking, of het niet raadzaam zou zijn , aan de Amersfoort fche Poort goede wagt te houden, opdat geen nieuw Krijgsvolk ter Stad werdingebragt. Deeze moedige raad verbaasde eenigen , die aanmerkten , dat de Prins, tegen der Stad en der Wethouderen dank , de Poort zou doen openfmijten. Dit zou, fpiak de Groot, geweld weezen. Dit zeggen heeft men hem naderhand verweeten : en hij 't zelve niet gelochend, maar verklaard , ,, dat regte Hol„ landers geen Hovelingen zijn; doch gewoon, aan „ elk ding zijn waaren naam te geeven (*)."

Den zelfden avond , kwam Maurits, vergezeld van eenige Gemagtigden der Algemeene Staaten , te Utrecht, en verfcheen, 's anderendaags in de Verga' dering, met het dubbel voorlid, dat zij in de afdanking der Waardgelderen en het houden van een Nationaal Synode zouden bewilligen ; betuigende, met den fchijnbaarften ernst, dat hij nooit zou gedoo„ gen, dat iemand , ter oorzaake van den Godsdienst, „ of de bekende Gefchillen, zou worden verdrukt, dat hij een Vader en Voorfiander wilde weezen 9, van Remonftranten en Contra - Remonfi anten. —— De Afgevaardigden der Staaten van Holland gingen hem begroeten, betuigende, daar gekomen te zijn, om met die van Utrecht te raadpleegen over eene édnpaarige orde op het ftuk der Waardgelderen, en

op

(*) Brandt Leeven van de Groot, bl. 123 enz. Da Groot Verantw. XiX, bl. 277.

Sluiten