Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

268 GESCHIEDENIS

Maurits,

Verleger beid d*r Utrecht fche R. geeringe

de Spaanfche Kafteelen , die inoefen af. Op

's Prinfen vraag: Of zij last hadden, om met de Afgevaardigden der Algemeene Staaten te fpreeken? gaf men „ neen" ten antwoord. Zijne Doorlugtigheid liet, onder 'c fpreeken, zich ontvallen , dat alles de fchuld was van den Advokaat. Waar op men hem te gemoet voerde, ,, dat zij allen, indien „ de advokaat dood was, zich verpligt zouden rekenen, 's Lands geregtigheid voortefiaan." Op het zeggen van de Groot , ,, dat men Holland ,, fcheen te veragten , en aan andere Gewesten te „ willen onderwerpen ," hernam de Prins , dat de Advokaat, daarentegen, van Holbnd wilde maaken de Algemeene Staaten (*). Een gefprek, zeer (trekkende tot verwijdering der gemoederen, en waaruit de Afgevaardigden van Holland wel mogten opmaaken, dat hunne bezending na Utrecht weinig zou betekenen.

In het antwoord, 't welk de Staaten van Utrecht den Prins gaven, door de Groot ontworpen, be. weerden zij , regt te he'pben, om op hunne verze• kerdhei 1 orde te (tellen : wijders verzoekende, dat de Prins en de andere Heeren zich, wegens het ftuk der IVaardgelderen, geliefden te openen aan de Staaten van Holland, met aanbieding van hunne Afgevaardigden, tegen den tijd, daar toe te belremmen, te wülen zenden na den Haage, en hun last te geeven , om niet alleen voorilagen re hooren, maar ook

op

(*) Brandt Leeven van ie Grott, bl. 126.

Sluiten