Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 277

van Bondgenootfchap, huns ondanks, zich het regt aanmaatigden, om eene Kerkli.ke Vergadering te befchrijven in eene Stad huns Grondgebïeds. Maar wat vermag rede en regt tegenoverdringend geweld? Na het aanbieden van verfcheide Plans , (bekkende tot het bijleggen der Gefchillen , moest Holland toehaan , 't geen het niet kon beletten. De Edelen en alle .Steden, Gouda alleen uitgenomen , bewilligden in de Synode, doch met eenige bepaalingen , meest allen hier op uitloopende , dat de zaaken f aldaar tot bijlegging, niet tot bellisüng, zouden moeien beleid worden, en dat de Handelingen der Synode van geen kragt zonden zijn, dan na dat ze Staatswijze waren goedgekeurd. Binnen weinig uuren zou mentor een éénpaarig befluit gekomen zijn, indien een ongewoon voorval de raadpleegingen van Holland niet, voor eene wijl, geheel gedreind hadt (*).

Maurits iag de tegentfand , hem te Utrecht geboden, nog in verfche geheugeuisfe. De gemaklijkheid, waar mede hij ze te boven kwam, deedt hein befluiten , da: de tijd gebooren was, om aan de lang bedoelde zaak zijn volle beflag te geeven , en zich den weg ter Oppermogenheid te baanen door het uit den weg ruimen der genen, die hem dus lang verhinderd hadden. Om zijne maatregels te vergoelijken,

(*) Brandt, II. bl. 780. 784. 791. 83T. 839. - De Groot Verantw. VI. 63.71. XIX. 220. Uitenuogaard 957.1254. Refgl. Holl, 1618, bl. 242.247. Carlet. II. p. 252.

S 3

Mauritj;

Gevangenneeming van.

oldenbarneveld, de

Groot, Hoogeriseets en Ledenberg.

Sluiten