Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

178 GESCHIEDENIS

ken, hadt hij de Algemeene Staaten, de zes Steden van Holland, en de ijverige Contra - Remonftranten, die overal den bovenzang begonnen te zingen , op zijne zijde. Naar maate deeze Partij aangroeide, zag Oldenbarneveld zijn gezag en invloed afneemen: hoe fterker zijne Vijanden vermenigvtildigden, hoe meer de verfpreide gerugten , van zijne verraadlijke oogmerken, geloof vonden; want men gelooft

gereed, 't geen men gaarne ziet. . Voordelaat-

fte omwenteling, te Utrecht , hadt de Groot hooren mompelen , dat den Prins een voorflag gedaan was, om eenigen der voornaamfte Leden uit de Vergadering van Holland bij 't hoofd te vatten, en in Regten te vervolgen. Hij oordeelde zich verpligt, Oldenbarneveld des te onderrigten , en hem in bedenking te geeven, of hij niet wel zou doen, met eene goede en verzekerde Stad ter wijkplaats te kiezen. Maar Oldenbarneveld dagt, dat men met het afdanken der Waardgelden en het toehaan der Synode den Prins volkomen zou vergenoegen , en hij, zo wel als de Groot, dagten, dat, indien het alles ten ergften mogt loopen, de gewoone weg van Regtsgeding hun zou openblijven. Ook hadden alle Leden van Holland, geene uitgezonderd, nog onlangs , den Advokaat in hunne bijzondere befcherming genomen : dit alles helde hem gerust (*) De Afgezant Carleton , van eene keer na Enge-

(*) Brandt Leeven van de Groot, bl. 134- Ref. Heil. 1618. bl. 325-

Sluiten