Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. eSi

ven (*). Doch de Afgevaardigden van Holland, die zich in deeze Vergadering bevonden , waren als door een donderdag getroffen , en zo verbaasd , dat zij, in't eerst, geen woord fpraaken. Een ftüzwijgen, afgebrooken door den Heer van Mathenes, één der Edelen, die in deeze bol- en hooggaande tijden, meermaals blijken gaf van moed en Vaderlandsliefde : Gij, in deeze gedenkwaardige taaie brak hij uit, gij hebt ons Hoofd , Tong en Hand ontnomen ! gij kunt, derhalven, van ons niets verwagten , dan Jïilte en verbaasdheid! Maar wat vermogten de fterkhe tegenbetuigingen van Vaderlandfchen ijver tegen dwang en overmagt (f). De Algemeene Staaten gaven, ten dien zelfden dage , den Staaten van Holland te verhaan, ,, dat het vasthouden der drie 5, Perfoonen ten dienste van den Lande gefchied ,, was; dat men te Utrecht ontdekt hadt, hoe men 3, den band der Veréénigihge zogt te verbreeken, „ waar van de drie Gevangenen de Hoofdbeleiders geweest waren." De Edelen en de meehe Steden gaven hier op ten antwoord , „ dat het gebeurde „ hun bedroefde, en van hun als eene fchennis van ,3 's Lands Vrijheid en Geregtigheid werd aange„ merkt, waarom zij begeerden, dat de Gevangenen

„ terhond zouden gehaakt worden (§)." Om

het

(*) Uitenbogaards Leeven, XIII. bl. 244. Brandt, II. D. p. 841. Carlexon, II. p. 289. (|) Carleton, II. p. 290.

(§) Refol, Holl. 1618. bl. 257. Brandt , IL D. bl. 843.

S 5 Re-

Mauritï.

Sluiten