Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

284 GESCHIEDENIS

Maurits.

f

,, den (*)." Volgens Uttenbogaards berigt, voegde liij 'er nevens, ,, dat het voorgevallene hem „ leed was ; dat de Advokaat een wijs Man hadt ,, geweest, en die, voorheen,groot gezag in deAl„ gemeene Staatsvergadering gehad hadt; maar dat, „ dit gezag, naderhand, verminderd zijnde , hij 't 3, zelve hadt willen herltellen door middelen, die de „ Algemeene Staaten niet konden dulden , dat van ,, hem wierden gebruikt ; doch dat hij, egter, in „ geen gevaar was, dat de zaak niet fleerende zou ,, worden gehouden , en dat men wel met hem zou „ handelen." Op dezelfde wijze ontfloeg hij zich van de Heeren van der Mijle en Véenhüizen., Schoonzoonen , en den Heer van Groettevtld, Zoon des Advokaats , die hem, 's naamiddags, verzogten , den ouderdom huns Vaders in aanmerking te neemen, en zijn Huis hem ter gevangenisfe te geeven, zeggende : „ 't fs het wérk van de Staaten Generaal. „ Uwen Vader zal geen leed gefchieden, niet meer „ dan mij zelf." Veenhuizen bellondt zijn' Schoonvader te regtvaardigen wegens het wederftaan van 't inneemen der Kloosterkerk; dan, uauwlijks hadt hij deeze Kerk genoemd , of Maurits flopte hem den mond met dit dreigend zeggen : „ D'e zich tegen de ,, Kloosterkerk wil ftellen, zijne voeten zullen hem „ niet van hier draagen (f)." Door den Prins tot

dc

C) Refol. Holl. iöi8. bl. 258. 260. Brandt, II. bh

843 - 845. (f; Braindt, II. D.bl. 842.

Sluiten