Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. «85»

ten voorfchijn te treeden; de verdenkingen van Landverraad, de betigtingen van handel met Spanje kreegen, onder het gemeen, meer en meer ingangs. Tegen hem en de andere Gevangenen kwamen allerlei Blaauwboekjes, Rijmen, Liedjes en Spotprenten in 't licht. Veelen der zodanigen, die aan den Advokaat hunne bevordering hadden dankteweetcn , waren de eerden, die lafhartig den mond floten. Zijne voorgaande verflandhouding met de twee andere gevange Heeren, en het deel, 't welk zij gehad hadden in het gebeurde te Utrecht, gaven ge'egenheid tot de vreemdfle en haatlijkfle gerugten. Den houthen hap, dien men in hun plan kon ontdekken, was , dat zij Maurits , zelfs met geweld, hadden willen beletten, op eigen gezag, de Waardgelden aftedanken'. Maar zij handelden hier in overeenkomfligmet de Befluiten der.Staaten van Holland en Utrecht, die het beflaan van den Prins als eene fchennis van hun Oppergezag mogten aanmerken. Men gaf zelfs voor, dat zij eene Verzoening met Spanje beraamd, en behoten hadden , zich onder de gehoorzaamheid der Aardshertogen te begeeven, indien Maurits op dien geweldigen voet voortging. Dan de fchriftlijke Verklaaring hier van, te Utrecht, daags voor de verandering der Wet, ingeleverd, hadt weinig om 't lijf, en kon 'er niets, ten nadeele des Advokaats, uit worden befloten (*).

De

(*) De Gr. Ferantw. IX. bl. 94. XV. T54. Baud. X. bl.63.64.carl.II. 330. 344. WAG.Fad.Hi/l.X.D.bli6x. V. Deel. T

Maurit?.

Gerugten, tegen de Gevangenenverfpreid.

Sluiten