Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 293

langs de hraaten, door welken de Prins na zijne Herberg ging. Zij bezetten bet Stadhuis , de Waag, en alle Posten van aangelegenheid, Veelen brandden van verlangen , om met 's Printen Muskettiers aan den man te genaken , en hun leeven, tot verdeediging der Vrijheid, te waagen. De Wethouderfchap hadt hier toe flegts een teken te geeven , en Maurits liep groot gevaar zijns leevens ; doch de gevolgen van zulk een fiap fchrikten de Regenten af. Zij vreesden ook voor eenigen onder de Burgers, die tot den Prins neigden. De eerfte dag werd in wederzijdfche ongerustheid, fchoon met uiterlijk vertoon van minzaamheid , geOeeten. 's Volgenden daags vroeg zijne Doorlugtigheid de Hoplieden der Burgerije: „ Waarom zij zo fterk waakten? daar hij hun „ immers geen reden gegeeven hadt, omhemtemis„ trouwen." Zij beriepen zich op den last van Burgemeefleren : en deezen op dien van de Vroedfchap, die, terftond bijeengeroepen, gezamenlijk den Prins verzogten, hunne Stads Voorregren niet tefchenden door het veranderen der Wethouderfchap, waar uit ook groot ongenoegen onder de Burgerij zou onthaan. Eindelijk baden zij hem , zo hij iets wilde veranderen, dat hij het getal der Vroedfchappen zou vermeerderen met eenige Leden , te zijner keure. Deeze laathe voorflag fcheen Maurits te fmaaken. De R egeering, vertrouwende, dat het dien zagten weg wel heen zou gaan, beval de Schutterij , op 's Prinfen aanhoudend verzoek, aftetrekken. Twee dagen bleeven zij in die verwagting ; doch , wanneer, op 'P 3 . den

Mauritï.

Sluiten