Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 299

Dewijl Haarlem, Leyden en Rotterdam verklaard hadden, ongelast te weezen op den voorflag, om zijner Doorlugtigheid het veranderen der Stads-Regeeringen optedraagen, en zij dus nog Vrijheidsmin lieten blijken , lagen ze de eerfte aan de beurt, om zijn gezagbetoon te ondervinden. Vooruit zondt hij , zijne Lijfwagt en eenig ander Krijgsvolk na Leyden, ' waarop hij kwam , en de bedoelde verandering vol- , bragt. HetGraauw, daar ter Stede,op de Arminiaanen en de Regeering gebeeten, deedt de Prins, met goedvinden van den Magiftraat, allen overlast en moedwil bij openbaare afkondiging verbieden (j*).

Van Leyden trok hij , zijne Lijfwagt en drie

Vaandels Knegten derwaards gefchikt hebbende, na Haarlem , met een groot gevolg , en verflelde de Wet (f). Dezelfde voorzorg te Rotterdam genomen hebbende , ging 'er de verandering even gemaklijk toe. Hier ter Stede ontdekte hij iets, 't welk de Groot veel nadeels deedt. In het Eedboek dier Stad was de gewoonlijke Eed der Amptenaaren opgeheld, ten tijde , dat Prins Willem de Hooge O-, verheid was opgedragen , en gewaagde dus van getrouw te zijn aan den Piins van Oranje. Doch,naa 's Prinfen dood, hadt Oldenbarneveld, toenPenhonaris dier Stad , volgens befluit der Vroedfchap, in ftede van aan den Prins van Oranje, geheld, aan.

de

(*) Brandt , II. D. bl. 870. Orlfrs Leyden ,01.507. (t) —— II- D. h'. 862. Bijv. bl. 905. Amfzino Haarlem , bl 4S4. Schrevel, Haarlem , bl. 192.

A a

Mauwt»

De Regeering te Leyden, Haarlem, Rot'erdam:n Gouda. 'eran • lerd.

Sluiten