Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 311

weet niet zeker, of het Jan Jacodszoon Huidecooper , dan Cornelis Pieterszoon Hooft geweest hebbe,) op, zeggende: 't Geen daar gefchreeven wordt van de afgezette Heeren, dat zij,door die verlaating , in hunne eer en goeden naam niet zijn gekwetst , is waarheid : maar dat men daarom, eeni' gen van de Afgezet ten inlaatende, juist van de jongften zou beginnen , heeft gansch geene reden. Laat ons liever van de oudften beginnen , of van de zulken , welker Ouders, om de Frijheid, in den kerker moeften treuren , of op fchavotten zijn onthalsd. De verzogte herftelling hadt geen voortgang. De dwingende maatregels diens Yveraars voor den Prins verwekten hem , van tijd tot tijd, nieuwe vijanden. Zijn invloed nam af, de Gemaatigdhcid tradt ter Raadzaal binnen, en wij zullen, welhaast, zien, dat Amfterdam, wiens invloed zo veel te wege gebragt hadt tot het onderdrukken der Verdraagzaamheid en Vrijheid, de fterkhe fteunpylaar werd van beiden (*).

De vier gevangen Heeren, ten doel geheld aan den haat hunner Vijanden , thans meefter geworden, 1 hadden geene hoope , dan op de voorfpraak van Frankrijk , 't geen zich veel liet gelegen liggen aan 1 de behoudenis van 't Gemeenebest, tot welksopreg- f ting het niet weinig hadt toegebragt, en dugtte, dat ' deeze fchaadelijke verdeeldheden den Spanjaard gelegenheid zouden geeven , om hetzelve te verdrukken.

(*) Wacinaar Amfi. IV. Si. bl. jro eni.

Maurits.

/erzoe-

:en der ^ranj'c 'ie \fgezan» en, ten «ste der evange:i leerea.

Sluiten