Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 525

andig, en bekwaam om den Voorzitter te onderdennen. Episcopius , voor wiens wclfpreekeudneid men dugrte, zou niet onder het getal der Gedaagden g.-weest hebben, indien hij zich niet uitdruklijk verklaard hadt, dat hij, door de Algemeene Staaten tot Lid der Synode benoemd , volhrekt behoten hadt, als zodanig daar te verfchijnen. Eene geruime wijle beraadflaagden de Remonftranten , of zij zich als Gedaagden zouden begeeven na eene Vergadering, waar zij daiten het regt te hebben, om, met anderen , op gelijken voet te verfchijnen. In 't eind behoten zij, derwaards te gaan , om hun regt tot het uiterhe te verdeedigen, of ten minnen hunne

Panij, zo veel in hun was, te belemmeren.

Zij verzogten om Vrijgeleide, en datalle Remonftranten, in de Haagfche Conferentie gebruikt, zouden mogen verfchijnen. Het eerfte verdoek was eene zaak van het uiterfte gewigt bij 't gaan op eene Vergadering , welker Voorzitter het ftraffen en dooden der Ketteren hadt aangepreezen. Hier van kreegen zij de fterkfte verzekeringen; doch wij zullen, vervolgens, zien , hoe ze werden naagekomen. Het tweede werd van de hand gcweezen , dewijl dan Uitenbogaard en Gervinkhovius reeds van hunnen Kerklijken dienst afgezet, en zo gedugte Voorlhinders van de zaak der Remonftranten , daar zouden hebben moeten verfchijnen (*).

Ter-

(*) Regenb. Hift der Remonflr. II. D. bl. 12. V Leeven van Lpifcopius, bl. 129 enz.

svïaurit3.

Sluiten