Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\

der. NEDERLANDEN. ytï

ken, op deezen meefteragtigeö toon : „ Ik geef u dan, „ uit naam der Heeren Gemagtigden en Ast Synode, uw „ affcheid. Men onthaar, u. Gaat heeneu! " —Episcopius zeide, in't uitgaan, dat zij, met hunnen Zaligmaaker , op dit alles zouden zwijgen. God zou tusfchen hun en de Synode oordeelen over hunne listen , bedriegerijen en leugenen. Twee zijner Medegenooten beriepen zich op de GodHjk&'Regtbank* en een derde liet zich, in 't uitgaan, deeze woorden ontvallen : Gaat uit , uit de Vergadering der Boazen.

't Was 'er verre af, dat dee.?e uitfluiting even zeer goedgekeurd wierd door alle de Buitenlandfche Godgeleerden. Zij klaagden, dat men deeze zaak heimlijk befloten , en, over zulk een gewigtigen flap, hunne fiemgeeving niet gevraagd hadt. Deezen waren niet vervuld met de drift , die de Inlandfchen aandreef. En 't betrof hier alleen de wijze, op welke de Remonftranten hunne Leer zouden verdeedbgen. Maar dit huk doortedriiven was van aangelegenheid voer de Nederlandfche Godgeleerden. Zij hadden duidelijk ontdekt, dat de Vreemden niet op dezelfde wijze dagten over de Voorbefchikking. De Remonftranten zouden zich listig hebben kunnen bedienen van deeze verfcheidenheid der begrippen : en 't viel hun ligt, het Stelzèl der Calvinisten in een haatlijk daglicht voortedraagen, de fchadelijke gevolgen van 't zelve aantetoonen, en de menigte in hunne be'angen overtehaalen. Zulk een voordeel wilden hunne Tegenhangers hun betwisten , en , bovenal r

wee-

Maurit?.

Sluiten