Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s46 GESCHIEDENIS

en de medegehragte Begrippen te beveftigen (*).

Eene verdenking , waar voor zij maar al te veel gTonds hadden, naardemaal, omtrent deezen tijd, voor het ontvaiieen zelfs van de Schriften der Remonftranten, en dus ook lang eer de Vaders hun oorde-"1! over de Vijf Anykelen hadden gegeeven, ree is beflo'en werd, een Gefchrift, door zeerlnrde Contra ■ Remonftranten tegen de Leer der Remonflrameu. volgens de meening der Synode- zo als zij zelfs fpraken , te laaten opllellen. Regtmaatig is hieromtrent de aanmerking van H les , in eenen Erief san den Afgezant Carleton : „ Regters," fcreef hij, ,, fchorten hun oordeel op, en zijn on-

zijciig voor elke Partij , en, welk hun oogmerk

ook mag weezen, zij doen'er nogthans geene ope„ mng van voor een tijd der uitfpraake : zo dat al

dit werk, van dagvaarden, onderzoeken en onder,, vraagen. nood^a';lijk noet fchijntu als alleen tot „ een kamct of fchouwfpcl te hrci.ken. Her inaa,, ken van zulke Schriften bij voorraad, eer de êvy„ node belhsfe; d gevonnisd heeft , zal de wereld

dien denken, dat de Leden der Synode , toen zij

verfcheenen, reeds bt horen had', n, wat zij doen ,, zi u ien : 't welk , fchoon het ukgenik waar is, „ zo is het nogthans aeen wijsheid , zuiks openlijk

te kennen te geeven (*)."

De

(*5 R gsnb. Hijl. der Rem. II D. b!. 100. Brandt, III. '1 b'.44i. (t) EUobhb.Hift.derRem.il. D. bl. 105.106.

Sluiten