Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356

GESCHIEDENIS

Mauri ts.

ling. Onder anderen verklaarende : „ Men heeft ons zoeken re ondertebrengcn, maar niet te over„ tuigen. Men heeft ons als Straffchuldigen aange„ merkt, opeen' tijd, dat de Vergadering het niet „ ééns was wegens de onregtzinnigheid der Artyke,, len, waar mede men ons befchuldigde. Wanneer „ men door vleijen , dreigen , en allerlei kumtgree„ pen, tegen ons gevonnisd hadt, oordeelde men „ 't genoeg , onze erkentenis aftevergen , zonder s, ons te vergunnen de Leer onzer Partije te beftrij„ den, of de onze te verdeedigen. Men heeft ons ,, genoodzaakt tot het inleveren van Schriften, wel„ ker verflag in handen onzer Vijanden gefield, en „ fixeds trouwloos verminkt was. Om ons tebelet„ ten de Regeering te onderrigten van den handel, „ ten onzen opzigte gehouden , werden wij in een M foort van gevangenis bewaard : men floot ons den mond, en bondt ons de voeten, terwijl onze Te,, genflanders vrije Briefwisfeling hielden,'en veel„ vuldige keeren na dar Haage deeden , om de „ vooroordeelen der Regeeringe , die hunne zaak „ begunstigden, tegen ons aantekweeken (*)."

Naa het voordraagen van het Vonnis der Remonftranten , las men de Belijdenisfe der Broederen Gesïeranus, Predikanten te Alkmaar en in beide de Egmonden , dooi de rondreizende Gezanten der

Koord-

(*) Regenb. Hift. der Rem. IL D. bl. 150. Brandt, 111. D.580 enz. Carlet. II. p. 357-374.391. Uitenbog/tards Leeven, XII.

Sluiten