Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN. 369

„ ben." Een tweede verboor, een week daar

aan gehouden, liep over het voorgevallene te Utrecht, 't welk niet veel te beduiden hadt. Hier op liet men hem negen weeken zitten , en weigerde den ernstig verzogten toegang zijner Huisviouwe en Kinderen (*).

Ledknberg , die, naa de laatlte omwending te Utrecht, geen Beun hadt, en door niemand weder opgeëischt was , werd met meer hrengheids behandeld , en, uit naam zijner Doorlugtigheid, ondervraagd. Dan, hoe zeer men hem vreeze zogt aantejaagen , niets meer kon men uit hem krijgen , dan dat Oldlnbarneveld de voojmaamhe bewerker geweest was van 't voorgevallene te Utrecht , 't geen men reeds wist. De bedreigingen van de Pijnbank persten hem niets meer af. Dan deeze ongelukkige oordeeler.de, uit de wijze, waar op men te werk ging met de aanzienlijküe Leden des Gemeenebes:s , dat hij de wreed.Ue mishandelingen zou moeten lijden, kwam tot een wanhoopig belluit. Wanneer zijne Ondervraagers vertrokken waren , begaf bij zich tot het gebed, en gaf dr.ar naa zijnen Zoon een open Briefje, in 't Fransch gefchreeven , 't welk de Jongeling niet verftondt, hem belastende, hetzelve wel te bewaaren , en niet optehajm , als hij, 's nagts, eenig gerugt vernam. Die nagt verliep , zonder dat 'er iets gebeurde: maar, den volgenden nagt, hoorde de Jongeling zijnen Vader zulk een ongewoon geluld

maa-

(*) Brandt Regtspl. bl. 5 enz.

E5

Maurits,

Ledenbergbrengt ziehzelven om inde gevangenis.

Sluiten