Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s7£ GESCHIEDENIS

Maurits.

west te benoemen; egter, voor deeze reize, toeftaande, dat de Lastbrief gegeeven wierd door de Algemeene Staaten. Oldenbarneveld betuig Ie , voor den aanvang der ondervraaginge, „ dat het gene hij zou zeggen , ftrekken zou tot voorhand der „ Reg'en zijner Meeheren , de Staaten van Holland 5, en Westfriesland'." Voorts beweerde hij, ,, dat „ den Algemeenen Staaten geen regt toekwam, om „ zijn perfoon vasttehouden. Twintig dagen lang, en dikwijls voor- en naamiddag , zette men dit onderzoek voort. Niets bepaald en bijzonders van deeze ondervraagingen en antwoorden vindt men aangetekend. Alleen weet men , dat de oude Vader mesigtnaalen gansch vermoeid uit het vethoor kwam, en in 't algemeen te verhaan gaf, dat, indien hij in zo moeilijk en kiesch een post, als Advokaat van Holland, eenige misflagen begaan hadt , deeze aan menfchelijke zwakheid, doch aan geene misdaadige oogmerken, moesten worden toegefchreeven (*).

Ten deezen tijde vroeg men , onder anderen, Hoocïerbeets , welk eene Briefwisfeling hij in Antwerpen gehouden, en wat kennis hij aan Vader Tempel hadt? Hij ontkende alle Briefwisfeling op Antwerpen met Vijanden van den Lande , en betuigde, den genoemden Vader niet te kennen, noch ooit, zijns weeteus , gezien te hebben : en befchuldigde hem, vervolgens, hoe hij, met de anderen, beweerd

hadt,

(*) Refol. Bell*\6x%. bl. 348- 356- 359» 374- 375. Brandt Regtspl. bl. 3t enz. Carlet. IL p. 362.363.

Verdere ondervraagingen van Hooger beets en de Gi.oot.

Sluiten