Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mburits.

382 GESCHIEDENIS

verdeedigd hadt. „ Zijne Majelieit," das luidt de taal des Afgezants , „ beveelt mij klaar te fpreeken , „ en u te zeggen , dat hij, zijnde de grootfte Ei9, lands-Vorst, die'er is , de reden ook vereischt, „ dat hij zich het Regt der Zee wel verliaa , en

niet onweetend zij van de Wetten zijner Koningj, rijken, en van het Regt der Volken. Zo veel is

'er af, dat hij zich daar over door u niet wil s, laa'en onderrigten , ne>ch ook door hem , die dit 3, ftuk eerst heeft ter baane gebragt, te weeten de ,, Groot , wiens ongenade anderen behoort ver,, vaard te maaken , en van het naavolgen zijner s, grondregelen aftefchrikken : en, zijne Vroomheid „ door uwe Heerlijkheden zijnde befchnldigd , be-

hoort dat zijne Weetenfchap niet min verdaet te „ maaken?" Carleton hadt niet meer te doen, dan de Algemeene Staaten overtehaalen , om alle de Ingezetenen te verpligten te gelooven , dat de Natuur eene uiterfte pooging, ja een wonderwerk, gedaan hadt , om Koning Jacobus tot den diepdenkendften Godgeleerden en kundigfen Staatsman te vormen, en ftraffen vastteftellen tegen ieder, die, in naavolging van Vorstius en de Groot, de minfte twijfeling ontdekte wegens de onfeilbaarheid van het Hoofd der Engelfche Kerke, en den Beheerfcher der Britfche Zeeën, 't Gemelde voorftel diens Afgezants 'was niet alleen vreemd , maar ten uiterften hoonend voor de Staaten : 'twas even of de omwenteling hun van alle verftand en Vaderlandlievende gevoelens beroofd hadt, en zij voortaan niet anders

zij»

Sluiten