Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 385

,, waarom hij verzogt', en begeerde , dat zij deeze ,, Heeren zouden aanneemen, onder fchriftlijke ver„ klaaring, dat hun zuiks, voor het toekomende, „ niet tot nadeel zou ftrekken: ook, dat zij 'er ter„ ftond op behoten, terwijl hij in zijne Kamer zou „ gaan."— Bredenrode, Duivenvoorde ,'Noordwijk , Asperen , Bsnthoizen , Schagen , Zwieten, Wimmenum en Krooneneurg hemden voor de toe. laating ; doch de meeften onder betuiging , dat zij het met wederzin deeden, en om zijne Doorlugtigheid geen ongenoegen te geeven. Maïhenes en Obdam kantten 'er zich moedig tegen aan : de eerfte betuigde, zo hij overftemd wierd, te protesteeren van alles , wat daar gefchiedde. Wesenburg, Warmond en Raaphorst verklaarden zich tegen de toelaating. Dus werd met de meerderheid behoren om die twee Heeren in de Ridderfchap te befchrijven , ter begeerte van den Prins, en onder uitdruk" lijke verklaaring, dat het niet in gevolge zougetrokt ken worden , waar van men eene zeer nadruklijke Acte cpftelde (*).

Noodig was deeze verandering, ten einde de Staa- I ten van Holland aan de inzigten des Stadhouders jj konden voldoen. Hun regt op de Gevangenen was e te wettig en te blijkbaar, om tot weezenlijke Regts- 1 vorderingen te komen, zonder dat deeze, als op hun ■' gezag, gefchiedde. ' Maar wanneer men hun onder 'tooge bragt, dat de zaak den anderen Gewesten,

zo

C) Waqenaar Vaderl. Hift. X. D. bl. 332—«.338.

FS

Maurits.

)e be-

oeming

er vier-

ntwintig

.egtfi-

S.

Sluiten