Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits •

38S GESCHIEDENIS

Onder de vierentwintig Gelastigden waren 'er flegts twee, die zwaarigbeid maakten, om deeze zaak op zich te neemen , Kouwenberg , die Mevrouw de Groot van verre in bloedverwantschap beftondt, en de Raadsheer Junius , allerwegen voor verhandig en braaf bekend. Dan de reden van de weigering des eerstgemelden oordeelde men ongegrond , en werd de laatstgenoemde, met bedreiging , van zijn Ampt te zullen, verliezen , en , bovendien , eene zwaare geldboete te betaalen , tot dit Regterampt als ge dwongen (*). Men begreep naamlijk , dat de wederfpreeking dier twee zeer ligt door de meerderheid, bij welke alles moest gefchieden , zou overkraaid worden, en dat hunne naamen konden dienen, om het verwijt van partijdigheid , 't geen ligt die Regtbank zou nagaan, te verminderen. —. In deezervoege werden de gevangene Heeren aan de Regtbank hunner wettige Regteren onttrokken, om te verfchijnen voor Lieden , verre het meerendeel ui: hunne Vijanden gekoozen. Men heeft altoos, zelfs in Koningrijken , deeze foort van gelastigde Regters , en dit afgaan van den gewoonen weg der Regtspleeginge , aangemerkt als ééne der ftinkfcbe middelen, door de Dwinglandij verzoenen, om, met het Zwaard, het Wetboek te deen zwijgen. Een beroemd Itaüaansck Regt?geleerde heeft deeze wijze van Regtspleeging juist befchreeven, wanneer hijopdevraage, Wat den zodanigen, die voor gekoozene Regters gedaagd

(•) Brasdt Regtifl, bl. 6%

Sluiten