Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 389

oaagd worden , te doen ftondt? antwoordde : Hun Uit er ft en Wil maaken.

Hoogerbeets werd eerst voor deeze Regthank gefield , zonder hem , nogthans, te kennen te geeven , dat die vierëntwintig Heeren tot Regters over de Gevangenen benoemd waren. De vraagen liepen weder, fchoon zomtijds met eenige omhandigheden bekleed , over het aanneemen en in dienst houden der Waardgelderen. De Regters hielden het voor eene lijfhraflijke misdaad. Hoogerbeets beweerde , dat 'er niets van dien aart en geene oproerigheid in haake, maar een wettig en noodig huk was (*).

Eer men de Groot voor de vierëntwintig Regters bragt, werd hij, van ter zijde, aangemaand , om bij den Prins vergiffenis te verzoeken : dan hij verWierp deezen voorflag , kloekmoedig betuigende, ,, dat hij altoos' op de gunst van zijne Excellentie „ hadt gehoopt, en als nog vertrouwde, dat dezel„ ve haare gunst zo lang niet uit zou willen hellen , „ tot dat hij door de hardigheid van de Regters on-.

bekwaam wierd gemaakt, om het Land en zijne „ Excellentie te dienen." Voor dat hij de Regters te woord hondt, begeerde hij hunnen last te weeten. Den last der Algemeene Staaten gezien hebbende, weigerde hij , zich aan de uitfpraak dier Regtbank te onderwerpen, met herhaaling zijner gedaane betuigingen, dat hij , een Hollander en Poorter van Rotterdam zijnde , daar zijne Regters hadt. Ook

merk-

(*) Brandt Regtspl. bl. 71.

MAimrrsb

Hoogerbeetsvoor de Regters gefield.

Sluiten