Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39o GESCHIEDENIS

Maurits.

merkte hij op, dat onder de aangeftelde Regters ver> fcheide Perfoonen waren , die, in de laatfte on!us« ten 3 hunne partijdigheid betoond , ja eenigen hem en anderen gedreLjd hadden, 'lir was ontdekt, dat hij , van tijd tot tijd , door zijne Vrouw, berigten kreeg, en haar liet toekomen. Men deedt des op het hrenghe onderzoek. De Groot toonde de onregtmaatigheid "deezer vraagen , onder betuiging , dat men zijne antwoorden niet te houden hadt voor eene erkentenis van de bevoegdheid der Regteren, die hem

ondervraagden. > Wij kunnen ons niet inlaaten

tot een verflag van alle de hukken, hem voorgehouden. Genoeg is net, te melden , dat zij, bij gebrek van weezenlijke bezwaaren, hem vroegen : ,, Of de 3, Advokaat hem niet gezegd hadt, dat de Prins na „ de Souverainiteit ftondt, en dat men zulks be„ hoorde te beletten? Of hij zelve aan niemand ooit gezegd hadt, dat zijne Doorlugtigheid nadeSou,, verainiteit ftondt ? Welk aandeel hij gehadt hadt 3, in het ontwerp , om, door tusfcbenkomst van Frankrijk, het houden van de Synode te vertraa„ gen, en daar door het Beftand te rekken ?" Alle deeze , en andere punten , van minder aanbelang, beantwoordde de Groot korrlijk, en helde, voorts, hier toe verlof verzogt, en noode vijf uuren tijds en één vel papiers gekreegen hebbende , zijne meening daar over in gefchrifte (*).

Wan-

(*) Brandt Leeven van de Groot, bl. 175—— ipr* Regtsph bl. 87.

Sluiten