Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 395

om 't Gezag van de Regenten der Steden ftaande te houden tegen oproer en geweld. — Hoogst was hij aangedaan over den haatlijken en misduidigen draai, welken men gaf aan eenigen zijner Brieven , gefchreeven aan zijnen Vriend Caron , der Staaten Afgezant aan 't Engelfche Hof, daar hij in dezelven gedoeld hadt op zulke g.estdnjvende Predikanten, die, op 't voetfpoor der Puriteinen in Schotland en Engeland, der Overheid het gezag in 't Kerklijke wilden onttrekken , en in den Staat een nieuwen Staat opregten. Deeze Brieven, en die hij na verfcheide vreemde Hoven gezonden hadt , berigtende, dat de bijéénroeping van eene Kerkvergadering, door de Algemeene Staaten gedaan , een inbreuk was op de Regten van elk Gewest in 't bijzonder , met verzoek, dat zij het houden daar van niet wilden begunstigen, maakten geene der geringde bezwaaren uit. De Ridder Carleton hadt zelfs last, den Staaten aantezeggen , dat zijn Meeher het gedrag van Oldenbarneveld zeer veroordeelde , en 't zelve aanzag als een jnisdaadig tegenitreeven van de bevelen zijner Overheid (*).

Van deezen aart waren de hukken , met wel- < ken men den Grijsaart befchuldigde , en waar op { men hem hoorde. Dezelfde vraagen werden zo dik- 1 wijls herhaald, met zo veele kleinigheden gepaard, < en op zulk eene verwarde wijze voorgedraagen , dat \

het h

(*) Brandt RegtspU bl. = 09 — 123. Carlet. II, p. 310. III. p. 39. 4' ,

G 2

Maurits»

)p welk ene w je de Legters )lden-

4rne-

eld beandelen.

Sluiten