Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MATJRlTf.

396 GESCHIEDENIS

het oogmerk , om hem te verftrikken en tot tegenzeggeüjkheden te doen vervallen, maar al te duidelijk doordraaide, 't Was niet wel te wagten , dat hij, in zo hoog geklommen ouderdom, in zo fmertHjk eenen toedand , een geheugen of vaardigheid van geest zou bezitten , alzins gereed, om voor de vuist nauwkeurige antwoorden te geeven op ontelbaare vraagen, zelfs wegens geringe gebeurtenisfen, in een lang verloop van jaaren voorgevallen. Te midden deezer behandelingen , die den haat en 't oogmerk van veelen zijner Regteren ontdekten , behieldt Oldenbarneveld eene deftigheid, die hun, zomtijds, eerbiedenis afperstte. Twee kleine gevallen leveren fpreekende bewijzen op van die verfchillende gefteldheden. Op zekeren dag ontmoetten twee zijner Regteren hem bij den ingang des Vertreks. Zij werden door eene fchielijke en ongewillige eerbiedenis aangegreepen : zij vergaten , dat hij niet in zijne oudé Waardigheid verfcheen, en wilden hem eerst doen ingaan. Op eenen anderen, ftonden eenigen rondsom het vuur. Oldenbarneveld wilde zich in den kring voegen, dan zij hadden de onmenschlijkheid, 0111 hem agterüf te wijzen, als een Misdaadige, huns gezelfchaps onwaardig (*).

De ftrenge behandeling, de keus der Regteren, de geheimhoudende wijze, waar op men de zaak voortzette , de langwijligheid der Regtspleegingen , de

ge-

(*) Brandt Rcgfsp!. bl. 128. Carleton, III. p. él. 62.

Sluiten