Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

404 GESCHIEDENIS

Maurits.

I

1

ï

„ loopen, om traanen van droefheid te fchreijen." Deeze verklaaringen, en niet min treffende gezegdens, konden het hart van Maurits niet vermurwen. In tegendeel betoonde hij zich zeer misnoegd over veifcheide uitdrnkkiugen , hrekkende om het gedrag, tegen de Gevangenen gehouden, als eene dwinglandfche vervolging te vertoonen (*).

Ook oordeelden de Algemeene Staaten , vervolgens, zich over deeze Aanfpraak van du Maurier te moeten beklaagen. Zij fchreeven zijne Majefteit eenen Brief, ten geleide van het Vonnis , over Oldenbarneveld geveld en uitgevoerd, beweereude , dat zagte maatregelen verderflijk zouden geweest hebben : met verzoek , dat de Afgezant mogt verboden worden, meer de Partijfchappen aanieftooken. Dan deeze Brief, fchoon opgeheld met hle mogelijke kunst, om het gehouden gedrag der Staaten te regtvaardigen, en 4e gedagtenis van Oldenbarneveld te fchandvlekken , baarde de verïoopte uitwerking niet. In tegendeel beklaagde zich 3e Koning ten hoogften over de weinige agting , beoond voor zijne aanbevelingen. £n , dewijl meniën hijl van Francois Aarsens, Heer van ïomme'.sdijk, in deezen Brief hadt weeten te ontdekten , gaf men te verftaan , dat die Brief gehouden werd voor het opftel ,, van dien Fielt, die uit Pa' ,, rijs was weggejaagd, en van een Perfoon, die zijn

,, best

(*) Brandt Rcgtspl, bl. 136 — 144. Carlet. III. 1. 70.

Sluiten