Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 4°5

„ best deedt, om verandering te maaken in 't Ver* „ bond, waar mede zijne Majefleit hun hadt verh eerd (*)."

Ten zelfden tijde , dat de Franfche Afgezanten alles aanwendden, om de Gevangenen voortefpreeken en te behouden, hadden zij een niet minvermogend Befchenner in Willem Lodewijk , Stadhouder van Friesland. Hij hadt , in den beginne , betoond, een ftreng Calvinist en een ijverig Voorftander van het Stadhouderlijk Gezag te weezen, en niet weinig toegebragt, om Maurits aantezetten: maar, ziende, dat de zaaken verder liepen , dan hij gedagt hadt, kwam hij tor gemaatigdergedagten. Hij vrees* de, dat de tusfchenfpraak van Frankrijk en de heftigheid der Partije de bedoelde gewelddadige middelen gevaarlijk zouden doen worden. Verfcheide gefprekken hier over hieldt hij met den Fifcaal van Duyk. In Friesland wedergekeerd zijnde, was zijn eerflewerk, Maurits te fchrijven , om hem aantetoonen, hoe eene onvoorzigtige afwijking van den doorgaanden Regtshandel en flrenge Middelen de kwaaie konden verflimmeren, en de GemeenebestgeZïnde Partij tot gevaarlijke wanhoop drijven; hoe 'er wegens de rust van den Staat , op vasten voet ge. fteld zijnde , niets te vreezen was van de Gevangenen, al werden zij op vrije voeten gefteld. Olden>arneveld bezat te veel voorzigtigheids , om zich,

ten

(*) Brasdt Regtstl. bl. 223 en 237. Carlet. III. p. 99. 109,

Maurits.

Poogingeti des Stadhouders vaa Friesland, ten voordeele van de Gevangenen.

Sluiten