Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4°» GESCHIEDENIS

Maurits.

der Tegenftreeveren van het doodvonnis zou hebben te gemoet gevoerd: „ Kunt gij hem niet veroordees, len, en kan ik hem daar naa geen Pardon gee,, ven? " In 't kort, 't zij dit zeggen veel invloeds hadt, 't zij men oordeelde, niet zonder gevaar te kunnen weigeren, veelen lieten zich beweegen. Men heeft grond , era te dénken , dat eenigen , als Arend Meindertszoon , Schagen , van ZwieTtN en Ploos niet in het doodvonnis geftemd hebben. Het vonnis werd door de meerderheid geveld , en wordt beweerd, dat deeze meerderheid maar weinig hemmen bedroeg : als mede , dat zommigen, die zich hadden laaten beleezen, vervolgens klaagden, misleid te zijn. Ten blijke, dat men niets agterwege liet, om het ftuk zo verre te drijven, ftrekt het zeggen , 't welk Aarsens iemand te gemoete voerde, die inbragt: De Man is zo oud, zou 'ér

geen middel zijn , om hem het leeven te falvee„ ren ? Hij is oud, en zal misfehien niet lang lee-

„ ven. Het zal zo euvel gerekend worden. "

Zo hij niet fier ft , zo is al ons desfein te niet , en wij zijn in perijkel, om allen omhals te komên. Dus fi.oet hij fterven; daar is geene andere remedie(*).

In dit hachiijk tijdsgewricht hadt Willem Lodewijk , weder in den Haag gekomen, om Oldenbar neveld te behouden, zijne onderhandelingen

met

(*) Brandt Rcgtspl. bl. 164. 165. 247 — 355. De Groot k'erantw. XV. Carlet. III. p. 78.

Sluiten