Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

414 GESCHIEDENIS

Kauritj.

Olhen-

bai'.nf.-

veLo Iaat

w.'l.ïus

tot Maü-

BITJ

kap.

,, Gemeenebest met eene geheele orakeering gedreigd 3, wierd. Altoos heb ik beledigingen , mij bijzon,, der aangedaan , poogen te verzetten, enteover„ winnen:" 'er bijvoegende, dat men nu grondregels van Staat volgde, voorheen onbekend (*).

Omtrent negen uuren verzogt de Advokaat aan Wal/eus, dat hij , uit zijn naam , den Prins van

Oranje twee dingen zou verzoeken, naamlijk

vergtffenit, zo hij iets tegen hem misdaan mogt hebben , en, dat hij zijnen Kinderen vilde gunstig

zijn. Op de vraage van Wal/eus, „ of hij door vergifenis ook verflondt het ophouden van het „ Vonnis des Doods?" antwoordde hij , na eene korte wijle bedenkens, dat zijn verzoek ze verre niet firekte. Wal/eus bragt deeze boodfehap aan Maurits j die , met traanen in de oogen , omtrent een Man : tot wiens veroordeeling hij zo veel toegebragt hadt, en dien hij nog behouden kon , betuigde: „ Het ongeluk van den Advokaat is mij leed. Ik ,, heb hem altoos liefgehad, en dikwijls vermaand , „ anders te doen. Dewijl hij, eenigen tijd her waards, eenen anderen vorm van Regeeringe heeft zoeken iiitevoeren , die Kerk en Staat zou hebben te on„ dergebragt, heb ik mij tegen hem moeten ftellen. „ Maar 't geen hij tegen mij misdaan heeft, vergeef ik hem gaarne , hoewel hij zulks wel zonder voorwaarde hadt kunnen verzoeken; want hij heeft

„ het

(*) Brandt Regupl, bl. 169 enz. Carleton, III. p, 71 8$.

Sluiten