Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

Oldenbarneveld bereidt zich tot den dood.

I

] i 1 1

416* GESCHIEDENIS

maakte geene zwaarigheid altoos , om , met al den ootmoed eens Christens, te belijden, dat hij de Godlijke Barmhartigheid hoogstnoodig hadt, tot vergiffenis zijner zonden Dan , hoe zeer zij aanhielden, volhardde hij met te doen opmerken, dat zij deeze zond. en fchuld - bekentenis niet moeiten verwarren met de vermeende misdaadcn , waar over men hem de dpodüraffe zogt aantedoen. Zonder ooit te wankelen of te waggelen , beriep hij zich op zijne onfchuld, de braafheid zijner oogmerken, den ijver en trouwe voor het Vaderland , met betuiging , van zijn vertrouwen op den Alweetenden, die een iegelijk vergeldt naar zijne werken (*).

Hoe zeer gepraamd door eigen leed , was hij niet onverfchillig omtrent het lot van anderen , en vroeg de drie Leeraars , hoe 't met zijne Medegevangenen ftondt ? Zal , fprak hij met veel aandoening , zal mijn Grotius ook Jlerven , en Hoosürbeets? Beijerus zeide , daar van niets gehoord te hebben. Waarop hij voonvoer: 't Zou mij van die twee Heeren jammeren : zij zijn nog jong , en zouden den Lande nog grooten dienst kunnen doen. Voor mij, 'k ben oud en afgejlsofd, ik kan niet meer. Den nagt jragt hij door .met leezen , en zulke Godsdienstverigtingefi, als gefchikt zijn, om een braaf Mensch nóëd cn bedaardheid,in 's leevens laatfte oogenblikten, bytezetten, 's Morgens, ten vijf uuren, hondt n'j op, en beval zijn Knegt, zijn Hembd voor open

te

(*) Brandt Regt.pi. bl. 180 enz.

Sluiten