Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9EK NEDERLANDEN. *at

dan zijn Knegt, wilde hij toelaaten, hem te ontkleeden. Dit verrigt zijnde , wendde hij zich tot da groote menigte aanfchouwers, met deeze rustige taal: Mannen . gelooft niet, dat ik een Landverraad^ien. Ik heb opregt en vroom gehandeld', als een goed Patriot j en die zal ik fterven. Hieröp eischte hij zijne Fiuweele Muts , die hij met beevende handen over zijne oogen trok , en eenige Schietgebeden geuit, en den Seherpregter vermaand hebbende, maak het kort, maak het kort , hief hij , biddende , de de handen zo na aan den hals, dat de Beul, toehaaide, hern, bij het hoofd ook de uiterhe einden van de vingeren afhieuw (*).

Veelen der onderfcheiden aangedaane toekijkeren doopten hunne Neusdoeken in het uitgegutste bloed : anderen fnceden (tukjes, daarmede befpat, van de Planken en Leuningen van 't Schavot: niet weinigen, en, onder deezen, Bui'enlandfchePredikanten, die, van de Dordrechtfche Synode gekomen , dit Treurfpel hadden bijgewoond, verzamelden van het Zand, geverfd met dit bloed. Zeer verfchillendebeweegredenen fpoorden hun aan tot dit bedrijf. Deezen deeden het uit hoogagting, genen uit haat: twee aandoeningen , die Oldenbarneveld , gelijk één zijner Vijanden fchrijft, in de hoogfte maate verwekt hadt. Twee trelf nle gevalle-n reitvaardigen deeze bedenking. Een Boer, die van het Zand, met bloed doortrokken, gekogt hadt , betuigde, het zo

lang

(*) Brandt Regtspl. bl. aio enz.

Maurits.

Gedrag, der aanichouwo»:en.

Sluiten