Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer NEDERLANDEN. «ij

Stnatszaaken en bekwaamheid in Buitenlandfche Onderhandelingen. Op zijne talenten en braafheid vertrouwde men zo zeer, dat men , in verfcheide Gezantfchappen, tot welken hij gebruikt wierd, alles aan zijn oordeel overliet. Koningen en Vorften , die hem aanzagen als den Raads- en Leidsman des Gemeenebests , vereerden hem met de ftreelendde Brieven: zij vervoegden zich in 'tbijzondertothem , hunnen Afgezanten belastende, zijne vriendfchap te

zoeken (*). Zijn aanzien, gegrond op de

grootheid en menigte zijner diensten, was niet minder bij de andere Gewesten, dan in Heiland* Hij was de drijfveer, die 't geheele werktuig derllegeeriuge aan den gang hie'p , en alle zaaken gingen door zijne handen derwijze, dat, geduurende rijne ziekte , in den jaare MDCXVI, en toen hij gevangen zat, de Staat, gelijk Carleton het uitdrukt, door eene foort van flaapziekte fcheen bevangen (f).

Onder éénhoofdige Regeeringen kan men zulk ennen veel vermogenden invloed krijgen door gunst en kuiperij; maar Oldenbarneveld verhief zich in de onrustige beginzelen van een opkomend Gemeenebest , in een dier hachlijke tijdsgewrichten van eenen Staat, waar in de characters en bekwaamheden zich ontwikkelen, en van zelve die plaats krijgen, welke hun toekomt. Hij bezat een kloek en verheven vernuft, een diepdoordringend en welwikkend oordeel,

eene

(*) Oldenbarnevelds Eer verdeedigd, bl. 98 —.110, (t) Negotiat. de Carleton. V, Deel. 2. St. I

Macrit*4

Sluiten